Boekbesprekingen



Nebulae and How to Observe Them
Steven R. Coe
(ISBN 1-84628-482-1, 156 pagina’s)




Ook in dit boek geeft de auteur terug een inleiding van een dertigtal pagina’s en vijf hoofdstukken. Het gebruik van de verrekijker, de telescoop en de oculairs, het vinden van een waarneemsite, adaptatie van het nachtzicht etc. komen ook hier weer aan bod. Opnieuw is deze inleiding niet overtuigend, om dezelfde redenen.

Vervolgens is er hoofdstuk 6, acht pagina’s lang, en in deze acht pagina’s wordt uitgelegd wat de verschillende types nevels zijn: opnieuw begrijpt u vast dat dit op acht pagina’s niet anders dan bedroevend kan zijn. Vier van deze acht pagina’s gaan trouwens niet eens over de nevels zelf, maar over het gebruik van filters en het spectrum. Daarna volgen, in tachtig pagina’s, vier hoofdstukken (één per seizoen) over de objecten zelf. De objecten zelf zijn mooi beschreven, telkens op een halve pagina of meer en ze zijn telkens vergezeld van een foto. Deze keer zijn er echter geen schetsen aanwezig. De meeste objecten zijn terug zichtbaar bij ons (qua positie), maar er zijn er opnieuw een aantal bij die weggelegd zijn voor perfecte omstandigheden met het juiste materiaal. De meeste objecten moeten echter toch haalbaar zijn onder normale Vlaamse omstandigheden.

De laatste dertig pagina’s vormen een appendix waarin een vierhonderd objecten opgesomd worden in tabelvorm, met positie, grootte, helderheid, klasse (type) en NGC- of andere beschrijving. Ook dit boek kan een stuk korter: de inleiding en de appendix mogen er gerust uit, deze vind je op andere plaatsen en veel beter terug. De beschrijvingen zelf zijn goed maar ook niet excellent. De 24.95 euro zijn opnieuw geen verloren geld, maar er is beter.