Boekbesprekingen



Deep Sky Observing, The Astronomical Tourist
Steven R. Coe
(ISBN 1-85233-627-7, 373 pagina’s)




In de eerste acht hoofdstukken, die een tachtigtal pagina’s beslaan, wordt een inleiding gegeven. De auteur geeft een aantal ervaringen mee van twintig jaar observeren. Deze omvatten het zoeken naar een waarneemplek, het voorbereiden van het waarnemen, zowel qua objecten, qua uitrusting als qua terrein. Ook de basiskennis van het materiaal wordt beschreven (oculairs, vergroting, uittreepupil, etc). Er zit eveneens een stuk in waarin de NGC afkortingen en de rating-systemen voor de transparantie en de seeing worden besproken. Het gebruik van atlassen, digitale deelcirkels, en ook het omkeren van het beeldveld komt aan bod. Deze inleiding is niet overtuigend: zij blijft zeer algemeen en is eerder beschrijvend dan diepgaand. Ze hoort thuis in een algemeen boek over waarnemen, en dan nog zijn er veel betere werken.

Vanaf hoofdstuk 9 volgen 225 pagina’s met deep sky beschrijvingen. Elk hoofdstuk beschrijft een type object: galaxies (40 paginas), galaxie clusters (20 pagina’s), nevels (emissie, 27 pagina’s; reflectie, 4 pagina’s; donkere, 13 pagina’s; super nova sluiers, 7 pagina’s), planetaire nevels (40 pagina’s), open clusters (33 pagina’s), bolhopen (35 pagina’s). Elk van die delen begint met een korte uitleg waarin beschreven wordt wat dit type objecten nu precies is. U begrijpt ook dat op één of twee pagina’s hoogstens een heel korte inleiding tot het type kan worden gegeven. In de rest van elk deel wordt dan telkens, op twee of drie pagina’s, een specifiek object beschreven. Deze stukken zijn het interessants: ze bevatten allereerst wat data omtrent het object, en dan een beschrijving met de vermelding van het type telescoop, de site en de omstandigheden (transparantie en seeing) en de gebruikte vergroting. Dikwijls zijn er meerdere beschrijvingen per object, telkens met een andere telescoop. Zeer leuk is ook dat er bijna bij elk object een foto maar ook een schets zit. Voor wie van het schetsen van objecten houdt, is dit wel een pluspunt. Let wel: de schetsen zijn rudimentair, en in tegenstelling tot andere schetsers die soms echte kunstwerkjes van hun visuele observaties, is dat hier dus niet het geval. De keuze van objecten lijkt me nogal arbitrair, maar bijna alle objecten moeten vanuit Vlaanderen te zien zijn (qua positie). Qua moeilijkheid is er een grote verscheidenheid, gaande van gemakkelijk tot quasi onmogelijk onder onze lichtvervuilde hemels, tenzij u op een goede nacht op een donkere plek met het juiste materiaal staat…

Een derde deel van het boek gaat verder met een hoofdstuk over verrekijkers en verrekijker – objecten. Er volgen nog een aantal hoofdstukken o.a. over computergebruik (dit mag u gerust weggooien, het is verouderd), kijkavonden voor het publiek (met een interessant overzicht van objecten die de moeite waard zijn voor leken), referenties voor boeken en andere, en nog een laatste hoofdstuk met een verhaal over een waarneemavond.

Ik zou willen samenvatten met de idee dat enkel het middenstuk van het boek de moeite waard is. De eerste tachtig pagina’s en de laatste vijftig geven echt de indruk bladvulling te zijn. Van het interessante stuk onthoud ik vooral de schetsen en de beschrijvingen die wel de moeite waard zijn, maar ook niet meer dan dat. Voor 42.97 euro kan je zeker betere boeken vinden, wat niet wil zeggen dat het verloren geld is.